Roelie Bosselaar

Ondertitel

Omdat mijn partner en ik voelen dat we op een kruispunt staan in ons leven, wat sowieso verre van saai is tot nu toe, bedacht ik me dat een blog wel leuk zou zijn. Voor iedereen die graag leest over het leven van een ander. 
Het is niet spectaculair, niet exotisch, maar wel kleurrijk en hopelijk ook herkenbaar.
Droomuis I (oktober 2020)

We zijn al een tijdje bezig om een familie-vakantiehuis te vinden. Onze wensen zijn vrij simpel: in een warmer land dan het onze, in de buurt van de zee, makkelijk bereikbaar en graag een mooi uitzicht. Twee jaar geleden dachten we ons droomhuis te hebben gevonden. Het lag op een heuvel aan de Spaanse kust, heerlijke avontuurlijke (lees verwaarloosde) tuin. Authentieke uitstraling met een Moors plonsbadje, donkere balken, rode tegels en een rond terras. Niet duur, maar het had dan ook nog wel wat werk nodig. Eerlijk gezegd was het meer een bouwval. Iets te riskant.

In september leerde ik tijdens een vriendinnenweekend de Marche in Italië kennen. Wat een pracht allemaal. Groen, rust, eeuwenoude dorpjes. En dan die taal en dat eten, heerlijk. Eind oktober reden Lieuwe en ik nog een keer doelgericht naar Italië. We doorkruisten de Marche en Umbrië. En in Toscane vonden we ons droomhuis. Prachtig perceel, vlakbij Cortona en super smaakvol gerestaureerd. En ze moesten het snel kwijt. Op onze rit naar huis werkten we ons door de eerste hagel- en sneeuwbuien heen. Hm… dat is dus ook Italië.


Na weken van corona lockdown reizen we in juni af naar Elba. Het droomhuis met de lange zomers, met een fenomenaal uitzicht over zee, ligt daar op ons te wachten. Met alleen maar Italiaanse toeristen op de boot en onze mondkapjes op zetten we voet aan wal. We treffen een prachtig eiland aan, kristalhelder water en honderden uitnodigende baaitjes. We mogen een aantal nachten proefslapen in het huis. De eigenaar is zelf niet in staat te komen, maar hij heeft wat aandachtspunten en instructies op een tiental A4tjes naar ons toe gemaild. En dat blijkt niet overdreven.


Het huis is niet per auto bereikbaar. Sterker nog, alleen te voet of met de quad. Die laatste staat op ons te wachten op de parkeerplaats. Startinstructie, wat je er wel en vooral ook niet mee moet doen, alles is uitgebreid beschreven. Lieuwe krijgt het ding ook nog aan de praat en met een bak vol koffers en tassen die met touw en elastiek bij elkaar worden gehouden gaan we op weg. Het pad is anderhalve kilometer lang en ik loop voorop. Mogelijk hebben moeflons en wilde zwijnen het pad onbegaanbaar gemaakt, was de waarschuwing. Na de eerste bocht geef ik het al op. Moet over dát smalle paadje een quad rijden? Vlak naast de quad loopt de bergwand stijl naar beneden en verdwijnt in het ravijn. Los van het wild is dit pad überhaupt niet geschikt voor een quad. Dat ding is trouwens een automaat en bepaalt zelf wanneer hij rijdt en stopt en dat maakt de situatie nog gevaarlijker. Maar Lieuwe zet door. Omdraaien of in de achteruit is trouwens onmogelijk dus veel keus hebben we niet. Hier en daar blijkt het pad vervangen te zijn door een hangende metalen plaat of wat balkjes die ooit stevig waren vast gezet. Lang geleden.


Maar het huis is geweldig. Met een fantastisch privé panorama over een tuin van oude druiventerrassen, nog uit de Romeinse tijd, omlijst door cipressen en bos en eindigend in de azuurblauwe zee. De muren zijn bezaaid met dikke zwarte rupsen waar ongetwijfeld prachtige vlinders uit zullen komen. En de citroenbomen hangen vol fruit, zo ook de vijgen en olijven. Langs de muren spotten we gekko’s die de muggen op afstand houden. Ok, het water uit de kraan is vooral ijskoud. Via het tuinpad ondernemen we een tocht naar de calla onder aan de berg. Het is maar een paar honderd meter maar verstrikt geraakt in braam en kreupelhout moeten we het opgeven. Niet door te komen. Tijdens een andere wandeling verlies ik een schoenzool. Het pad is te ruig. En mijn schoen blijkbaar te oud. Op sokken ga ik verder.


Na een etentje komen we in het donker terug op de parkeerplaats. Oh jee, hoe moet dat nu in het bos over het onverlichte pad? Met de zaklamp op onze telefoon zoeken we onze weg. Ik klem me stevig vast aan Lieuwes arm, als de dood om oog in oog te komen met moeder zwijn. We horen ze om ons heen schuifelen en ik sta doodsangsten uit. En dan ineens; allemaal oogjes op ons gericht. Links, rechts, voor ons uit, overal zien we de lichtjes. Ik houd het bijna niet meer en focus me met alle macht op het pad. Doorlopen nu! Maar Lieuwe is verrukt: vuurvliegjes! Dat zie je nooit, en voor ik hem kan tegenhouden zwaait hij met de telefoon in het rond om ze in het licht te vangen. Hou dat ding op het pad! roep ik uit. Het is fantastisch allemaal maar ik wil naar huis, huil ik nog net niet. Geen safari nu. Als eenmaal de poort achter ons dichtvalt komt mijn hartslag langzaam tot rust. De zoektocht naar het ideale vakantiehuis is nog niet ten einde. Wordt vervolgd.

Stukje fietsen (oktober 2020)


Op mijn nieuwe plek in Joure krijg ik het gevoel dat ik nieuwe lijnen moet gaan uitzetten. Verbindingslijnen met de plekken die ik goed ken, een warm hart toedraag of waar ik graag ben. Mijn omgeving verken ik bij voorkeur lopend of op de fiets en ik sla dan geen enkel paadje over. Voor een vrouw houd ik er dan ook een aparte hobby op na: kaartlezen. Of ik het goed kan is discutabel, maar ik doe het in ieder geval met veel plezier.

Voor september komen er een paar mooie dagen aan; niet veel wind en ook nog boven de 20 graden, dus ik plan een tochtje met de e-bike. Natuurlijk moet ik een doel hebben en dat wordt het ouderlijk huis van mijn vader in De Bilt waar mijn oom en tante wonen. Althans, dat neem ik me voor. Volgens de ANWB routeplanner is het minimaal 150 kilometer. En ik moet de volgende dag weer terug zijn. Hm.


Wat als ik het niet haal? Of een ongeluk krijg onderweg? Dat is me al een paar keer overkomen, maar toen was het wel glad. Vroeger fietste ik op de racefiets zonder problemen van Rotterdam naar Wijchen maar da’s wel meer dan 30 jaar geleden. Kan ik überhaupt nog wel zo lang op een fiets zitten? De dag begint stralend, geen pijntjes of gekkigheid en geen excuus: ik ga fietsen. Extra batterij mee want anders haal ik het niet, brood gesmeerd, tandenborstel mee, geen flesje voor water meer gevonden, nou ja, dan maar niet. Dat halen we onderweg wel. Dikke kus en er vandoor.


Het is heerlijk fietsen maar ik moet mezelf telkens inhouden om mijn energie wat te sparen. Na ruim twee uur trappen ben ik in Emmeloord en ik val bijna flauw van de honger en dorst. Maandagochtend en nergens in de Noordoostpolder een flesje water kunnen vinden. Ook in het centrum lijkt alles dicht behalve de altijd gezellige Hema met gelukkig heerlijke koffie en taart. De Hema blijkt tevens het hoogtepunt van Emmeloord te zijn dus het rondkijken laat ik verder voor wat het is.


Het tweede stuk gaat gek genoeg veel beter. Genoeg calorieën binnen, een fantastische route en ik voel me weer helemaal 20. Ik passeer het Ramsdiep, Kampen en volg de Randmeren. Maar dan is de accu leeg en kom ik letterlijk met beide benen weer op de grond. Even accu wisselen en ook de benen strekken want wat heb ik een stijve kont gekregen. In Elburg lijkt het nog helemaal vakantiehoogseizoen want het is een gezellige drukte. Ik eet mijn boterham op een bankje in de zon bij de haven en stap weer op mijn fiets.


Nu moet ik toch nog een keer pauzeren voor de laatste ruk naar De Bilt. Via de app heb ik mijn aankomsttijd al een uur bijgesteld. Na Harderwijk, bij Strand Nulde ligt een hotel aan het water en ik vind dat ik nog wel een koffie heb verdiend. Fiets geparkeerd, fietstas onder de arm, extra accu onder de andere. Tussen de 60 plussers die van het leven aan het genieten zijn zoek ik een coronaproof plekje op het terras. Blijkbaar ben ik de enige die zich hier druk over maakt óf ik ben in een hele grote familie beland want het terras is afgeladen vol.


Ter hoogte van Bunschoten Spakenburg gaat de laatste boterham erin, bij een bushalte. Als de nood hoog is dan zijn we niet meer zo kieskeurig wat locatie betreft. Nu is het niet ver meer, spreek ik mezelf moed in. Bij het toilet van het hotel heb ik al wat fysieke schade kunnen vaststellen, laten we zeggen ‘slijtageplekken’. Maar ik ruik stal en dat helpt. Ondertussen houd ik de capaciteit van de accu angstvallig in de gaten. Maar hopen dat ik het red.


De doorgaande weg blijkt afgezet en ik wordt op sleeptouw genomen door een meneer die wel weet hoe je met de fiets aan de andere kant van de snelweg kunt komen. Als ik vertel dat ik uit Joure kom, kijkt hij mij glazig aan. Joure in Friesland? Ja, die Joure. De laatste kilometers blijken toch het zwaarst, maar dat heb je als je juist dan in het bos een verkeerde afslag neemt. De dame van google wil constant dat ik omkeer maar dat gaan we niet doen. Mijn gevoel zegt rechtdoor, dan rechtsaf en dan moet het goed gaan. Ondertussen zie ik nog meer van Baarn, Den Dolder en Bilthoven dan ik al van plan was.


Om zeven uur meld ik me twee uur te laat en met 160 km op de teller bij het tuinhek van mijn oom en tante. Ze onthalen me gastvrij op pizza en taart, nog net geen kinderfeestje. En natuurlijk moet ik blijven slapen, kan best. Dit heb ik vroeger ook wel eens gedaan en met plezier haal ik herinneringen op. Maar dan zie ik ook hoe de ouderdom hen niet voorbij is gegaan en wat een moeite sommige dingen hen nu kost. Wat fijn dat ik toch ben gegaan en we maken er een gezellige avond van.


Na het ontbijt besluit ik ondanks de schade toch terug te fietsen. Als het straks echt niet gaat dan pak ik wel de trein, ik wil dit afmaken. Het mooie weer van gister is ook voor vandaag voorspeld maar bevindt zich vooral in het noorden van het land. Fietsend door dikke mist ben ik binnen no time helemaal verkleumd en ik moet mijn hoofd schudden om de mistdruppels van mijn wimpers te krijgen. Geen behoefte aan camouflagevlekken.


Bij Zeewolde heb ik er genoeg van. Op het terras van een bakker raak ik in gesprek met een andere fietser. Een echte, met racefiets en gps. Hij komt uit de buurt van Arnhem en maakt ook een tweedaags rondje. Ook hij kijkt me glazig aan als hij hoort wat mijn doel is. Zijn blik gaat van mijn fiets naar die van hem en ik vraag me af wat hij denkt. Dan zegt hij dat zijn vrouw sinds kort ook een e-bike heeft en ze nu weer samen kunnen fietsen dus. Ja, ik begrijp ‘m.


Met Lieuwe spreek ook nog af voor een gezellige koffie in Zwartsluis. Maar miscommunicatie en wegafzettingen gooien roet in het eten. Hij moet naar een afspraak en heeft alleen nog tijd om te zien dat ik nog leef en ik krijg een dikke kus. Friesland blijkt op de terugweg nog verder weg dan op de heenweg want ik raak verdwaald rond de Weerribben. Er zijn smalle paadjes met bruggetjes afgezet in Ossenzijl, ook voor fietsers, om de bewoners te beschermen. Geen corona-toeristen toegestaan. Met de dame van google zoek ik een andere route. Maar weer wil ze me terugsturen. De coronabordjes kan ze blijkbaar niet lezen.


Op gevoel kies ik dan maar in de avondschemer een richting waarvan ik hoop dat het ‘noord’ is. Het wordt al donker, het Tjeukemeer is een zwarte vlek en ik ben al uren de enige op het fietspad. De fiets mag me nu niet in de steek laten en met mijn allerlaatste kracht sleep ik me voort. Tegen half negen rol ik eindelijk ons grindpad op, uitgeteld, met ruim 180 km op de teller. Klus geklaard en lijntje uitgezet.


Empty nest (augustus 2020)


Zo kan het leven je ineens weer totaal verrassen.

Vorige week kwamen wij in een euforische stemming thuis van onze vakantie. Het was heerlijk in Spanje, ondanks alle coronamaatregelen. Met als souvenir in onze koffer… een vakantiehuis! Hoe dat allemaal ging is een apart verhaal, dat bewaar ik voor een volgende blog.


De tijd dringt echter want binnen een maand moeten we ons huis in Arnhem ontruimd hebben voor de nieuwe eigenaar, een appartement hebben gevonden en verhuisd zijn. De avond na onze terugvlucht van vakantie heb ik de sleutel en het contract van een mogelijk appartement in mijn handen. Maar tijdens het avondeten concludeert mijn zoon dat hij eigenlijk wel bij papa wil gaan wonen. Punt.


Dat is even slikken. Natuurlijk, hij gaat een keer het huis uit. Huizén in zijn geval want hij woont zowel bij zijn vader als bij mij. Maar dat zou op z’n vroegst over een jaar zijn als hij klaar is met zijn middelbare school, toch? Het loopt blijkbaar anders. En ik mag blij zijn dat hij zijn wensen durft aan te geven, weet wat hij nodig heeft en hoe hij zijn examenjaar wil invullen. En hoppen van het ene huis naar het andere hoort daar niet meer bij. Een appartement is niet meer nodig.


Nog beduusd van de nieuwe situatie retourneer ik de sleutel en het contract. Want behalve vertrekken uit ons prachtige huis in het Spijkerkwartier, waar we zoveel hebben genoten en meegemaakt, vertrek ik nu dus ook uit Arnhem zelf. En dat kost me best veel moeite merk ik. Dat mooie Arnhem met die fantastische omgeving waar ik al meer dan 25 jaar rondloop en zo van houd. Opgeteld kom ik tot de conclusie dat dit mijn 20e verhuizing is. En het zal vast niet de laatste zijn.


In het weekend beginnen we met inpakken. En het maken van keuzes: Joure of Spanje. Het serviesgoed: Joure of Spanje. Boeken; Joure of Spanje. Beddengoed; Joure of Spanje. Of Marktplaats. Pfff… nog een hele uitzoekklus al met al. Ik zou dit met het allergrootste plezier moeten doen, vind ik. Maar waarom lukt dat nu niet en zitten de tranen zo hoog?


Het antwoord daarop weet ik natuurlijk wel. Moeders is niet meer nodig. Ik ben op klaarlichte dag overvallen. Door het Empty Nest Syndroom.


Here I come! (mei 2020)


Australia, here I come!' Althans, dat zou ik zeggen als ik mijn dochter Floor was.
Oef, het is niet helemaal waar ik me op ingesteld had.
Eindelijk heeft ze, op haar 22e, een studie gevonden. De selectie gedaan, glansrijk geslaagd en een plekje veroverd voor komend studiejaar. Maar dan komt daar die leuke jongen langs. Een Nieuw Zeelander, vertrokken naar Sydney voor een baan en met het gros van zijn familie op de Fiji-eilanden. (Kan het nog verder weg?!)
Einde mooie plannen.

Tijdens deze corona-maanden is er genoeg ruimte en tijd voor contemplatie. Vorige week werd aan de leden van mijn kibbutz-facebookgroep gevraagd: wat heeft de kibbutz ervaring voor je betekend in je verdere leven? Nou, om dat antwoord te geven ben ik even gaan zitten. En ik was niet de enige.

Ik was toen 21, zo groen als gras, maar heb daar zoveel van geleerd. Natuurlijk over vriendschap, zelfredzaamheid, natuur, geschiedenis en andere culturen. Fysieke arbeid. Oorlog en vrede. Idealisme en de harde realiteit. Waarin wij als mens van elkaar verschillen maar vooral ook wat ons verbindt. Het is om meer dan één reden een onvergetelijke ervaring geweest. Hoe vaak denk ik daar niet aan terug en ben ik blij dat ik toen die avontuurlijke stap heb gezet? Het heeft me voor een belangrijk deel gevormd wie ik nu ben. Het is ook zeker afzien geweest (voor degene die mijn boek heeft gelezen), maar ik had het niet willen missen. Sterker nog, ik wens iedereen zo'n onvoorspelbare buitenlandervaring toe. Wel ietsje minder heftig misschien ;-)

Dus wat zou ik nu zeuren als moeder! Ik moet blij zijn voor mijn meisje dat ze haar hart wil volgen, in het diepe wil springen, de onzekerheid aan durft te gaan, de wereld wil ontdekken. Ze kan nu nog niet weg, corona als spelbreker, maar ze heeft al laten zien hoeveel ze in wil zetten. Dus ze wacht vol ongeduld, maar ze wacht. Ik ben trots op haar, haar avontuur is al begonnen.

Dus: 'Watch out Australia, here she comes!' 


Maternité (februari 2020)


Mijn gast, we noemen hem Kurt, komt uit Duitsland. Een man van begin 60 schat ik. Als hij voor het intakegesprek bij me aan tafel zit, legt hij mij het doel van zijn bezoek aan Arnhem uit. Zijn broer woont hier een straat verderop en hij is gekomen om zijn broers afscheid voor te bereiden. Zijn afscheid van het leven.


Deze broer woont al 30 jaar in Arnhem en is nu terminaal. Je ziet het niet meteen aan hem maar de ziekte is niet meer te stoppen. Ik zie de pijn in de ogen van Kurt als hij mij het verhaal verteld. Deze twee dagen probeert hij nog zoveel mogelijk bij zijn broer te zijn, de volgende keer zal definitief de laatste keer zijn.


Kurt is blij met de accommodatie. Heel gezellig en sfeervol, zegt hij. Jammer dat zijn vrouw er nu niet bij is. Mag hij wat foto’s maken van de woonkamer? Ja hoor, ik vind het al heel fijn dat hij zich zo thuis voelt. Tijdens ons gesprek vraagt hij mij of ik bekend ben met Hospice Rozenheuvel in Rozendaal. Nou en of, dat heeft meer dan tien jaar in mijn achtertuin gelegen, dat zou een hele fijne plek zijn voor zijn broer om te mogen verblijven. Het is bijzonder hoe dichtbij zijn verhaal ineens voelt.


Bij het ontbijt zet ik mijn favoriete piano muzieklijst op. Terwijl ik in de keuken aan het rommelen ben komt Kurt ineens binnen. Die muziek, zegt hij, weet ik wel van wie dat is? Het is prachtig en geeft helemaal zijn melancholieke stemming weer. Hij is er helemaal ontdaan van. Ik ken de componist en Kurt blijkbaar ook. Of ik ook het filmpje heb gezien, vraagt hij dan. Filmpje? Ik heb geen idee. Kurt zal me de link sturen als hij weer thuis is, hij vindt dat ik dat moet zien.


Een dag of wat later krijg ik inderdaad een mailtje van Kurt. Ik bekijk het filmpje en het is prachtig. Dat de muziek bij hem binnenkwam kon ik me al voorstellen maar nu met de beelden erbij… Een vrouw heeft een meisje in haar armen en ze doen een soort dans in het water. Alles in het tijdloze zwart wit. Rond en rond gaan ze. Het meisje heeft de ogen gesloten, alle vertrouwen in de handen van haar moeder gelegd.


Ik bedank Kurt voor het filmpje en mail hem meteen ook een link van een schilderij waar de beelden mij aan deden denken. Was het hem opgevallen dat ik schilder? Jazeker, hij had de doeken in de eetkamer wel gezien. Hij mailt weer terug dat hij op internet wat van mijn werk heeft gevonden en of ik dat schilderijtje met de drie musjes ‘familie mus’ nog heb. Nee helaas, maar ik heb nog wel een roodborstje, het paneeltje staat in mijn eetkamer. Ik stuur een foto, Kurt vindt het prachtig en wil het dolgraag hebben. Iets tastbaars uit Arnhem, een herinnering die je wilt koesteren aan een tijd die voorbij gaat.


Het verhaal van Kurt heeft me aan het denken gezet. En ik zet een schilderij op. Een herinnering die ik wil koesteren aan een tijd die niet mocht zijn. Tastbaar gemaakt in verf. Tot leven gewekt.


(Muziek: Jóhan Jóhannsson ‘Flight from the city’. Het schilderij waarnaar ik refereerde: Eugène Carrière ‘Maternité intimité’. Afgebeeld schilderij is van mijn hand.)


Winterse wandeling (februari 2020)


We hebben ons voorgenomen om de Slachtemarathon te lopen deze zomer en daarvoor moet getraind worden natuurlijk. Ook al staat er een flinke winterse storm op het programma, we laten ons niet afschrikken en trekken de wandelschoenen aan.


Onder een waterig zonnetje en met een straffe wind in de rug lopen we richting het noorden. Zelfs tijdens zo’n eenvoudig rondje van een kilometer of 20 kan je nog van alles beleven, blijkt maar weer. Halverwege onze tippel houden we halt bij een leuke strandtent in Ibizastijl. In Bergen aan Zee struikel je over dit soort gelegenheden maar hier in Friesland zijn ze redelijk uniek. Ondanks dat het februari is en de zee overigens ver te zoeken, kan je hier zelfs een heerlijk Jacuzzi Arrangement boeken. Met bubbels, uiteraard.


Terwijl wij van koffie en taart genieten, melden er zich een viertal dames dat zich terugtrekt in het toilet om daarna weer giechelend in bikini en badjas tevoorschijn te komen. De jacuzzi staat al naast het meer te dampen, is zelfs wat te heet opgestookt en wordt haastig met een paar emmers ijsblokjes gekoeld. De dames weten hun schouders net onder water te krijgen en hun dag kan niet meer stuk. Als we weer vertrekken maak ik van het bijzondere tafereel nog gauw even een foto, met hun toestemming. Ook in de winter kan je je in Friesland prima vermaken in de buitenlucht.


Onze terugweg is iets minder zonnig en de wind komt nu van voren. Mijn lief krijgt ineens last van zijn teen en ik voel weer die verdraaide blaar op mijn hiel. Het lijkt wel of mijn huid onthoudt waar ooit een blaar gezeten heeft zodat die op cruciale momenten weer tot leven gewekt kan worden. Maar we zetten door, moeten ook wel want een bus rijdt hier niet. We kiezen de route over het grindpad langs het water en verbijten onze pijn.


In het weiland zien we ooievaars, Canadese Brandganzen en natuurlijk schapen. Dan ontstaat er ineens paniek en de schapen stuiven uit elkaar. Op het talud naast de sloot is een schaap omgevallen en ze ligt met vier pootjes omhoog hulpeloos te spartelen. ‘Nog even en dat schaap rolt de sloot in, daar kan je op wachten’, zegt mijn lief. Opstaan lukt het schaap niet meer. Haar vacht is te dik en te zwaar, ze ligt in ‘onmacht’. Het is net een Michelinpoppetje op zijn kant en actie is geboden. Terwijl ik met nog een paar wandelaars toe kijk baant mijn lief zich een weg door het riet, klimt over het hek en beent op het schaap af. Met een ferme ruk aan haar vacht zet hij het arme dier heel behendig weer op de pootjes en als dank sprint ze meteen weg. Op een veilig afstandje draait ze zich om en bekijkt ze samen met de andere schapen haar redder in nood.


Ik voel me net zo’n nitwit als die andere wandelaars. Ze waren al naar naastgelegen boerderij gelopen maar er was niemand thuis. Dus wat kun je dan doen, he? Maar daarin is mijn lief heel duidelijk en hij legt uit; ‘Kijk naar dat erf. Dat is geen boerderij in bedrijf, meer een terrein met wat opslag. Die schapen zijn van iemand die dat weiland huurt en als je niks doet dan gaat dat schaap sowieso dood. Je hebt ook geen idee wanneer de eigenaar weer komt kijken dus je moet dat schaap hoe dan ook helpen.’ Mijn nuchtere Fries. Ik leer elke dag weer wat bij.


Na deze onderbreking nemen we in het volgende idyllische dorp een kijkje bij het restaurant aan de sluis. Er is blijkbaar een begrafenis gaande. Op het terras staat een groep koorzangers hun meerstemmige stuk te repeteren en het klinkt prachtig. Dan horen we hoefgetrappel. ‘Daar komt de kist’, zegt mijn lief want dat ontbrak er inderdaad nog aan. Maar nee, het is een Friese tweespan. Opeens horen we gekletter en zien we dat één van de paarden onderuit gaat op het natte wegdek. ‘Oh wat zielig’, roep ik uit. Maar het paard krabbelt weer op en iets rustiger nu zetten ze hun tocht voort. Terwijl steeds meer genodigden aan komen lopen krijg ik een associatie met de oude film Fanfare die zich in Giethoorn afspeelt toen dat nog pittoresk was. Maar aangezien we hier geen koffie zullen krijgen gaan we weer verder.


De zon heeft nu plaats gemaakt voor stevige regenwolken en mijn jas is zo te voelen niet waterdicht. Mijn lief ziet niets meer door de regen op zijn bril. We slaan een pad in dat dwars door de weilanden voert en hopelijk de kortste weg is naar huis. Met het vooruitzicht op een warm huis, droge kleren en hete koffie werken we ons door de horizontale regen. 

Deze wandeling was zeker niet saai en in ieder geval heel verfrissend.


De meeste mensen deugen (december 2019)

Met mijn boekenclub net het zeer interessante boek van Rutger Bregman gelezen: 'De meeste mensen deugen'. Van sommige boeken word je heel blij en dit is er één van. Met een hele toepasselijke titel, ook wat mijn B&B betreft.

Vanmorgen heb ik de laatste gast van dit jaar uitgezwaaid. Een Roemeen. Hij was naar Arnhem gekomen om een afgedankte vrachtwagen te kopen en rijdt die vandaag naar Servië waar hij vast nog een lange carrière tegemoet gaat. De vrachtwagen bedoel ik.

Dit eerste jaar van de B&B was heel bijzonder. Ik heb letterlijk mijn huis opengesteld voor hele diverse mensen. Het was ergens een sprong in het diepe. Je weet tenslotte niet voor wie je de deur opent als de bel gaat. Vrouwen zijn vaak de bookers, maar dat wil niet zeggen dat zij ook altijd de gast zijn. Zeker drie keer opende ik de deur voor een Marian, Claudia of Catalin... en bleek de gast een man te zijn. Maar ook dat went.

Er kwamen zussen langs, zo enthousiast en zo herkenbaar, elkaar aanvullend en in de rede vallend zoals alleen zussen dat kunnen. Dan waren er al die fietsende Duitsers, van allerlei leeftijden, op racefiets of e-bike die met veel gepuzzel een plekje in mijn halletje vonden. En af en toe bij een fietsenmaker in de Steenstraat. De Canadese Mountie, die als enige van haar groep was ingeloot om de Nijmeegse 4 Daagse te lopen. En graag bij de Nederlandse politie wilde solliciteren. Het jonge Nederlandse stel dat een adoptietraject in zou gaan. Iemand met een heel Arabische naam. Het bleek een vrouwelijke huisarts op cursus te zijn. De manager die het roer wilde omgooien en een opleiding tot yogadocent volgde. Het stel uit Groningen met problematische kinderen, een halve boerderij en drukke baan op de universiteit. De pathologe uit Maastricht die haar ontbijt met chirurgische precisie op haar bord rangschikte. Beroepsdeformatie gaf ze toe. De Braziliaan en de Duitse, die elkaar ergens halverwege de wereldbol ontmoeten en hoorbaar hebben genoten van hun liefdesnest. De Russen die een review achterlieten, in het Russisch, maar met google translate kwamen we er wel uit. Ze vonden de krakende vloeren blijkbaar heel authentiek. De Amerikaan die in Arnhem studeert en zijn Tsjechische prinses niet op zijn studentenkamer wilde ontvangen. De Oostenrijkers die ik uiteindelijk voor een spoedbehandeling naar het ziekenhuis heb gestuurd. De meneer die elke maand uit Thailand overkomt om zijn hoogbejaarde moeder in Velp te bezoeken. Het stel dat teruggekomen was van hun expatverblijf in Australië en eindelijk weer eens met z'n tweeën een weekendje weg kon.
De Duitser die Burgerszoo beter kent dan ikzelf. Een paar advocaten met een rechtszaak in Arnhem. De bourgondiërs die feest vierden op het oude Kema-terrein, en waarvoor ik taxichauffeur speelde. De muzikale Amerikaan die speciaal voor een concert een tussenstop in Arnhem maakte. Nog een stel binnenschippers voor een concert, anderen voor Phil Collins, voor het Piratenfeest, voor John Bon Jovi. De Duitse hoveniers die niet alleen hun liefde voor tuinen met elkaar deelden.
En al die andere mensen...Meer dan honderd heb ik over de vloer gehad.

Zoveel mensen met hun eigen taal, karakter, verwachtingen en soms verhalen. Het principe van Rutger Bregman, om de ander met vertrouwen tegemoet te treden waardoor je dat vertrouwen aanspreekt, heb ik het afgelopen jaar doorlopend in de praktijk gebracht. En ik geloof dat als je een ander het vertrouwen geeft om zich in jouw huis en omgeving te begeven, dat dit vertrouwen niet wordt beschaamd.

Voorlopig heb ik wat dat betreft gelijk gekregen. Is dat geen fijne Kerstgedachte?
Fijne feestdagen allemaal en een heel positief 2020 gewenst!

Boatswap (september 2019)

De Lemsteraak gaat plaats maken voor een zeilpraam. Mijn lief ruilt zijn boot in en één dag voor de overdracht is de poetsbeurt gepland. Op deze prachtige nazomerdag varen we naar een eilandje in het meer en laten het anker net naast het riet zakken. Met een diepte van zo'n 80 centimeter kun je er prima staan en heb je het voordeel dat je de boot ook van de buitenkant helemaal kan poetsen. Mijn lief springt overboord terwijl ik met een geïmproviseerde zwabber het dek en alles wat ik tegenkom te lijf ga.

We zijn niet alleen. Hordes spinnen tref ik aan. Over de oorwurmen en pissebedden heb ik het niet eens. En ze weten van geen wijken. Als ik er één aan mijn zwabber heb hangen laat ik hem over de rand van de boot in het water zakken. Zwem dan, toe maar... moedig ik hem aan. Maar de spin wil er niet van weten. Met alle macht houdt hij zich vast aan mijn zwabber terwijl ik die woest door het water beweeg. Aan slechts één draadje blijft hij hangen en klimt vliegensvlug naar boven zodra ik de zwabber weer aan boord trek. Het is een gevecht op leven en dood.
Bij mijn lief gaat het er nog veel erger aan toe. Terwijl hij in het water staat weten zijn spinnen zich vast te houden aan zijn zwembroek en hij voelt hoe ze over zijn blote rug weer de weg omhoog vinden. En dan heb ik het wel over serieuze spinnen hoor, van die echte vette jongens!

Op de dag van de overdracht zijn de weergoden ons ook gunstig gezind. Windkracht drie, wat grijs in de ochtend maar in de middag breekt de zon zelfs door. De Aak wordt met twee man naar de nieuwe eigenaar gevaren en ik fiets er achteraan. Met champagne klinken we op twee nieuwe avonturen. De nieuwe eigenaren zijn blij dat ze droog kunnen zitten tijdens hun tochten en mijn lief is blij met een handzamer boot.

Dat die ook een gebruiksaanwijzing heeft merken we al snel bij de terugtocht naar de thuishaven. Het voordeel van de zeilpraam is dat de mast gestreken kan worden zodat er een aanzienlijk kortere route kan worden gevaren omdat de boot onder lagere bruggen door kan. Maar echt soepel gaat dat strijken niet. De staalkabels hebben de nodige slijtage ondergaan en er springen allemaal staaldraadjes uit die diep in het vlees snijden. Met de nodige krachtinspanning lukt het toch zonder handschoenen de mast enigszins uit het lood te duwen. Helemaal strijken durven we nog niet, stel dat de kabel het niet houdt. En dan wordt het spannend. Het is verdraaid lastig om in te schatten hoeveel ruimte er zit tussen de betonnen brug en de top van de ruim 11 meter hoge mast. 

Stapvoets naderen we de brug en met net een paar centimeter speling varen we er onderdoor. 
Pfff... daar krijg je het warm van. Nu eerst maar eens de kabel vervangen en dan rustig droog oefenen met dat strijken. 

Helaas komen we door dit alles te laat om nog voor de spits de laatste brug te nemen. Deze wordt een paar uur niet bediend om geen files te veroorzaken en er zit niets anders op dan voor de brug aan te leggen en geduldig te wachten. De mannen tillen mijn fiets op de kant en ik ga alvast vooruit om de boodschappen te halen en het eten te regelen. Tja, nooit gedacht dat te laat komen omdat de brug open staat, of in dit geval juist dicht is, in Friesland nog steeds actueel is!

Expats (september 2019)

Het leuke van mijn B&B vind ik vooral al die diverse gasten die je letterlijk over de vloer krijgt. De meesten blijven maar een enkel nachtje, niet iedereen is even open, maar vaak genoeg raak ik toch in een gesprek gewikkeld dat ergens over gaat.

Mijn gasten zijn een jong stel dat net terug is gekomen uit Australië. Ze zitten bij wijze van spreken nog in de dozen, maar ze wilden er samen even tussenuit. Zonder hun drie kinderen. Want daar was het in Australië niet echt van gekomen al die tijd. Ik vermoed dat ze bij mijn B&B wel aan het goede adres zijn. Arnhem is tenslotte een prachtige stad, compact en in twee dagen goed te behappen. Hun kamer is heerlijk ruim en rustig en heeft een lekker bed, althans dat krijg ik steevast te horen. Ik stel me als een echte Arnhem-ambassadeur op. Ze nemen gretig de informatie op over restaurantjes, de wijk, historie en winkels en dan gaan ze op pad.

De volgende ochtend aan het ontbijt raken we in gesprek. Ik vraag hen naar hun Australië avontuur. Ze geven aan dat hun expat-tijd heel waardevol was en dat ze dat echt niet hadden willen missen. Maar dat ze ook moeilijkheden hebben meegemaakt en dat het vooral met de zorg voor de kinderen niet altijd even makkelijk was. Nu weer terug in Nederland voelen ze zich wat alleen staan in hun ervaring en wat dat allemaal met hen heeft gedaan. En dat herken ik wel.

Zelf ben ik in totaal zo'n vijf jaar in het buitenland geweest en hoe goed je ook je best doet, echt je ervaring delen lukt maar beperkt. Het lijkt vaak uit te monden in verslaglegging van toeristisch interessante plaatsen, anekdotes en op een gegeven moment stagneert de interesse van de gesprekspartner. Niet meer dan het delen van een vakantie ervaring, lijkt het dan wel.
Maar dan tref je een andere expat of iemand met een gelijksoortige ervaring. Dan kan het een feest van herkenning worden en voel je je gehoord, en dat ook nog eens wederzijds!

In het buitenland worden ook je ogen geopend over je eigen land. Je neemt van alles op hoe het elders kan gaan en daardoor ga je het leven van een andere kant bekijken. Als je het goed doet neem je een schat aan ervaring mee terug waar je je leven lang wat aan kunt hebben. Het stel merkt op dat ze zich met name zo ontzettend bewust zijn van wat een geluk het is om Nederlander te zijn. Met onze scholen, met onze voorzieningen en onze zekerheden. En dat zoveel Nederlanders dat helemaal niet beseffen of in ieder geval niet waarderen. Onbegrijpelijk.

Het wordt een intensief gesprek over waarden in het leven en we wisselen onze standpunten en inzichten uit. Ze fleuren helemaal op. Hun dagje uit, de overnachting en nu dit gesprek voelt voor hen als de perfecte afronding van hun avontuur en een mooi begin van wat er komen gaat. Ik geef ze nog wat tips en adviezen en verzeker ze dat ze absoluut nog andere ex-expats zullen treffen waarmee ze hun ervaringen kunnen delen. Dat komt wel goed, gewoon open blijven staan en vertrouwen hebben. Ze nemen afscheid en zeggen dat ze zeker nog een keer terugkomen met de kinderen naar Arnhem en haar prachtige omgeving.

Het gevoel van een bijzondere en waardevolle ontmoeting blijft de hele dag bij me.

Aan lager wal (augustus 2019)

Vanuit onze tuin stappen we zo het meer in. Met de hitte van de laatste dagen is een afkoeling welkom. Via de ladder vol algen daal ik af in de diepte. Als ik de onzichtbare bodem bereik blijkt het water slechts tot mijn bovenbenen te komen. Ik klim op de sup-plank, trek de peddel naar me toe en binnen een paar tellen bereik ik het midden van het meer. Dan ga ik languit liggen en ik luister naar het kalme gekabbel van de golfjes. De wind doet de rest.

Het is niet de hele tijd zo rustig op het water, integendeel. Kinderen passeren al proestend mijn hangmat op het water. De moeder in mij houdt ze in de gaten. Redden ze het wel naar de overkant? Het is diep en best ver. Wat als ze in ademnood komen? Ik hoor ze soms praten, hun zinnen onderbroken door de slokjes water die ze noodgedwongen moeten wegslikken. Maar ik kan toch niet de lifeguard uit gaan hangen hier? Ik ben tenslotte vaker níet dan wél op het water. Loslaten Roelie.

Vandaag is het rustig op het strandje. Er is welgeteld één vader met twee kleine jongetjes aanwezig. Ze hebben een kano bij zich, zoiets als die van ons maar dan met een elektromotortje. De jochies, leeftijd net basisschool, maken kabaal voor tien. De één wil niet die kant op, wanneer mag hij nou aan het roer, gillen, joelen, kortom een hoop herrie. Op een gegeven moment laat de vader de oudste in zijn eentje op het meer rondjes draaien terwijl hij met de jongste aan de kant zit. Ik vind het maar niks.

Een tijdje later lijkt het strandje leeg maar de herrie duurt voort. Ik kijk op van mijn boek en ontdek de jochies weer in de kano. Alleen. Zonder vader. Zonder zwemvest. En ze zitten vast in het riet bij ons aan de overkant. Dan ontdek ik vader. Die kan de jochies niet zien maar probeert al wadend op hun geluid af te gaan. Hij staat al tot zijn middel in het water maar komt niet veel dichter bij ze in de buurt. Erger nog... de jochies zien hem niet eens omdat hij achter het riet zit. De paniek is in de stemmetjes te horen, van branie geen sprake meer alleen nog brullen en huilen.

'Kom op, we moeten ze gaan helpen!' zeg ik tegen mijn lief. 'Nee, nee, anders leert die vader het nooit,' antwoordt hij nuchter. We kijken het met de verrekijker nog een minuutje aan maar hakken dan de knoop door. We springen in onze kano, gooien de trossen los en zetten als echte helden koers naar de ramp. Als we in de buurt van de gestrande kano komen bereikt hun vader ook net de boot. Het blijkt alleen niet hun vader maar hun opa te zijn. Dat verklaart een hoop en mijn lief en ik kijken elkaar veelbetekenend aan. Helaas wijzen de statistieken uit dat de meeste water gerelateerde ongelukken met niet oplettende grootouders gebeuren, hoe exemplarisch.

De kano van de jongetjes is binnen no time uit het riet geduwd en ze zetten weer koers naar het strandje. Maar opa kan er niet inklimmen want dan zou de kano omslaan. 'Houd u zich maar aan onze boot vast, we slepen u wel even,' bieden we aan. Daar wordt dankbaar gebruik van gemaakt. 'Ze waren aan lager wal geraakt,' grapt opa nog. Ik bijt mijn tong bijna af om geen belerende opmerking te maken.

Als opa is afgezet en de jongetjes nog helemaal onder de indruk na snikken op het strand zeg ik: 'Zo, hebben jullie even een mooi verhaal om thuis te vertellen!'
De oudste vermant zich, zijn ogen gaan stralen en hij roept enthousiast: 'Ja nou!'
Zó makkelijk komt opa er niet mee weg...

Het Spaanse dorp (augustus 2019)

Na onze verhuizing en al het werk wat daarmee gepaard gaat zijn we toe aan een welverdiende vakantie. Oké, in Friesland is het ook vakantie, vooral als je aan het water zit en de thermometer 40 graden aangeeft, maar toch. We reizen af naar Spanje.

Als we uit onze auto stappen worden we bijna omver gereden door Brian in zijn dinky toy. Vanaf het terras van ons hotel zie ik hoe Juani de was ophangt. Ja hoor, het kan niet missen: we zijn in Polopos!
Voor wie het niet kent; Polopos is een programma over het gelijknamige vergrijsde dorp waar vijf Nederlandse stellen nieuw leven proberen in te blazen en wordt vrijwel dagelijks op tv uitgezonden. Omdat we nogal fan zijn van het programma, en toevallig ook nog in de buurt, hebben we een nachtje geboekt in het enige hotel. Dat heeft welgeteld twee kamers dus een prestatie op zich gezien de populariteit van het programma.

De weggetjes blijken in het echt nog steiler dan op tv. Ik moet me aan de leuning vastgrijpen om niet onderuit te gaan. Het dorp lijkt uitgestorven maar schijn bedriegt. Voor we het goed en wel weten zitten we middenin de real life soap. Johnny klaagt, met zijn bekende Limburgse accent dat wij al weken niet uit ons hoofd kunnen krijgen, dat hij toch zeker 25 Nederlanders heeft gezien vandaag dus van werken komt niet veel. En dan de tv opnamen nog, tot drie keer toe hetzelfde paadje aflopen voor het juiste shot. Toch neemt hij alle tijd om met ons een praatje te maken. Brian laat weten dat hij zoveel huwelijksaanzoeken heeft gehad dat hij nu alleen nog maar de dame met het meeste geld hoeft te selecteren.
De winkel van familie Rutten wordt net door Elisa en Jürgen op slot gedraaid. Elisa verontschuldigd zich op haar charmante wijze. Ze moeten weer voor de opnames opdraven. Vandaag is het blijkbaar de laatste dag en morgen mag het dorp stemmen wie heeft gewonnen en is er een afsluitend feest. De voorbereidingen zijn in volle gang, kilometers vlaggetjes worden opgehangen, het podium in gereedheid gebracht en de wijnfontein ruimschoots met chloor doorgespoeld.

Als we 's avonds op het terras van het heerlijke eten van gastheer Pedro genieten schuiven Thysa, Wijnand, Johnny, Juani en een aantal bekende locals en juryleden aan. Ze begroeten het handjevol gasten persoonlijk maar ineens stormt een Nederlands gezin met veel kabaal het terras op. 'We hebben jullie de hele dag gezocht en zijn speciaal voor jullie helemaal hier naartoe gekomen!' Eerst worden de dochters naar voren geschoven voor een fotosessie, en ja, dan toch ook maar met de ouders erbij. De BN'ers gaan er vriendelijk op in en poseren samen met de fans. Donna en Mark rijden ook nog langs het gezelschap maar hebben geen tijd voor een borrel; Ajax speelt en dat gaat voor.

Als de rust is weergekeerd spreekt Wijnand ons aan. We komen erachter dat zijn schoonzus een oud  schoolvriendinnetje van mij is en Thysa maakt enthousiast een foto van ons. 'Dus zij hebben nu een foto van óns,' merkt mijn lief op. Tja, ik dacht zelf ook al dat er iets niet helemaal goed was gegaan, maar ja. Behalve Kirsten en Christiaan hebben we in de paar uur dat we hier nu zijn iedereen gezien en gesproken, de huizen en beschilderde sporthal bekeken en het museum bewonderd. En niet te vergeten iets geroken dat een rioolprobleem doet vermoeden. We hebben grote bewondering voor de offers die door de stellen worden gebracht.

De volgende morgen aan het ontbijt raken we in gesprek met een paar locals. Met enthousiasme wordt een bak aan roddel en achterklap over ons uitgestort door een Engelse dame die het er niet mee eens is dat 'haar' dorp nu verandert. Verder weet ze ook te melden welke Dutchie zal winnen want daar is iedereen het in het dorp over eens. En dat er anoniem gestemd zal worden want, ja, je moet toch wel verder met elkaar.
Bij de stemming mogen we helaas niet aanwezig zijn. Er moet voor geheimhouding worden getekend en dat is heel begrijpelijk. We zijn trouwens wel welkom op het feest dat over een paar uur begint maar dat wordt te laat voor ons, we moeten door naar onze volgende accommodatie in de Sierra Nevada.

Als ik de volgende dag met Pedro app om hem te bedanken voor de goede zorgen meldt hij me dat het feest groots was en de beste Dutchie inderdaad heeft gewonnen. En wie dat is zie je vrijdag 30 augustus op RTL4 !

Afscheid (juni 2019)

Daar ben ik niet zo sterk in. Afscheid nemen. We hebben ons bierglas leeg gedronken, voor de laatste keer in de zitkuil aan het water in Heerenveen.
Hoeveel heerlijke avondzonnen hebben we hier niet onder zien gaan. Met kano en vlot tussen het pompeblêd gepeddeld. Hagelbuien over het water zien trekken. En af en toe ijs in de winter. Morgen verhuizen we naar een andere schitterende plek, maar toch.

Hier is het allemaal begonnen, het avontuur van mijn lief en mij. Hij kocht het huis zo’n 10 jaar geleden, met dromen en illusies bleek later. Na die tijd kwam ik een keer op bezoek. Tasten werd voelen, ontluiken werd bloeien. Van gast werd ik vast. Van de trein stapte ik over op de auto, een Up-grade. Twee keer per maand werd ieder week, regelmaat werd ritme.

Op dit huis heb ik ook mijn stempel mogen drukken. In de keuken bijvoorbeeld: ‘Dit kennen we niet… heb jij zeker gekookt!’ De taarten…die gingen er altijd wel in. Toen een muurtje verven. Blauw werd die. Of doe toch maar groen bij nader inzien. Een volgende muur erachteraan om het af te maken. De kinderen moesten er wel aan wennen. Niet veel later werd ‘de jungle’ geïntroduceerd. De kinderen maken zich al niet meer zo druk, zijn zelf (bijna) het huis uit. De jungle bevalt zo goed dat ie mee mag naar de slaapkamer van het nieuwe huis. Weer een behangklusje te gaan…iets minder hoog deze keer.

We zullen onze kippen heel erg missen. Dat wil zeggen die van de buren. En de buren zelf trouwens. Zulke goede en gezellige buren, zou je die nog een keer vinden? Soms een borrel of samen uit eten, een zak sla of andijvie uit de moestuin achtergelaten bij de voordeur. 
Het centrum van Heerenveen is niet echt mooi of gezellig, maar mij wel heel erg vertrouwd intussen. Bij restaurant Het Gerecht, waar mijn stiefdochter haar eerste baantje kreeg, heb ik zeker de helft van mijn autobiografie geschreven. Ondanks de tsunami aan kappers in Arnhem ga ik standaard naar die goeie in Heerenveen. Ik bedoel maar: is er leven ná Heerenveen?

Ok, middels de overdrijving komen we weer bij de relativering. En Joure is per slot van rekening maar 15 kilometer verderop. We hebben genoten hier, dat is heel zeker. De herinnering zal zoet zijn en inderdaad, we hebben de foto’s nog. ‘ Zo’n mooie plek vind ik nooit weer!’ was de stellige overtuiging van mijn lief. En kijk nou eens… 
Het moest zo zijn.

Grote hoogte 2 (juni 2019)

Vandaag is het B-day: ik ga Behangen. Het kwik is opgelopen tot boven de 30 graden maar ik weet niet of dat de oorzaak is van mijn natte handen. Mijn lief en zijn zoon hebben een stellage opgebouwd van een steiger en een paar houten balken en ik moet toegeven dat hij wel stevig voelt. Dat maakt hem helaas niet minder hoog. Na wat omtrekkende bewegingen spreek ik mezelf moed in en begin aan de klim. Bovenaan de ladder volgt de overstap naar de steiger. Onhandig duik ik onder een balk door, neem een grote stap, trek mijn linkerbeen bij en ga dan rechtop staan. Oh grut, wat vreselijk hoog! Alles verzet zich in me maar ik weet me daar net wat harder tegen te verzetten. Na een paar minuten van acclimatiseren en testen of de steiger echt stevig is ga ik weer op mijn hurken, maai met mijn linkerbeen naar de trap en daal af om dan één voor één alle benodigdheden voor de klus naar boven te sjouwen.

Oké, alles staat, hangt en ligt op zijn plek. Maar dan zijn we er nog niet en volgt de volgende uitdaging. Ik klap een huishoudtrap uit, plaats die bovenop de steiger en klim nog verder zodat ik ook de bovenste rand van de wand kan bereiken. Het begint zo langzamerhand op een circusact te lijken en daar ben ik dus niet voor gemaakt.  De kwast gaat in de emmer met lijm en met één hand smeer ik de smurrie op de muur. Met de andere hand houd ik de trap krampachtig vast terwijl ik probeer niet naar beneden te kijken. Mijn arm moet achter een hekwerk langs en met elke handeling smeer ik meer lijm aan mijn stofjas dan op de muur. Dan de stofjas maar uit en in bikini werk ik verder.

Nu moet ik de eerste baan gaan aanbrengen maar daar heb ik wel beide handen voor nodig. Alleen weigeren ze gewoonweg om de trap los te laten. Via de geïmproviseerde balustrade grijp ik naar de eerste behangstrook, trek die naar me toe en als een soort spiderman tegen de muur geplakt verschuif ik de strook stukje bij beetje langs de muur naar boven. Zonder leesbril krijg ik het allemaal niet waterpas waardoor de diepte onder mij in een soort oneindigheid lijkt te verdwijnen. Mijn fantasie gaat alle kanten op en ik zie mezelf op allerlei manieren naar beneden storten. 'Kappen nou!' beveel ik mezelf en met een hartslag van 160 plak ik in opperste concentratie de strook van boven naar beneden tegen de muur.

Het strandje tegenover ons huis is intussen volgelopen met minstens 100 badgasten en ik sta in vol bikini-ornaat voor het raam te behangen. 'Gek mens', zullen ze vast denken maar het kan me niet boeien, ik heb nu andere prioriteiten. Als de eerste baan tegen de muur zit grabbel ik naar het mesje en de liniaal ergens bij mijn voeten op de trap en snijd geheel op gevoel de behangstrook boven mijn hoofd af. Trillend van  inspanning daal ik de trappen weer af om het resultaat van beneden te bekijken.
'Kijk, helemaal zelf gedaan, zonder handen!' juicht het kind in mij. Mijn lief begrijpt niets van mijn angst maar ziet mijn interne overwinning en is super trots op me.

Ik had niet kunnen vermoeden dat je van behangen zo'n spierpijn kon krijgen. Maar gek is het niet als je zo verkrampt staat te werken zoals ik. Waarschijnlijk geen verrassing maar... dit was eens en nooit weer!

Grote hoogte 1 (mei 2019)

Wat een prachtig boek is dat van Edith Eva Eger: De Keuze. Ik kan het iedereen aanraden, het heeft in ieder geval mijn leven veranderd. Nu al.
Met mijn boekenclub lees ik iedere zes tot acht weken een ander boek dat we dan gezamenlijk bespreken. ‘De Keuze’ is een persoonlijk relaas van een holocaust-overlever die later een gerenommeerd psychologe is geworden en op haar negentigste haar eerste boek heeft geschreven. Ze spreekt zalen toe, inspireert, weet te raken en ontroeren en steevast ontvangt ze staande ovaties voor haar presentaties en voordrachten. We hopen van harte dat er nog een boek van haar in zal zitten.

Eén van de karakters in haar boek worstelt met perfectie. Ze verwacht teveel van zichzelf, heeft dat haar hele leven al gedaan en dat houdt haar gevangen. Hierdoor mag ze zichzelf niet zijn, kan ze dat niet zijn. Eva helpt haar zich hiervan te bevrijden. Zelf heb ik het idee dat bijna iedereen in mijn omgeving wel met perfectie worstelt tegenwoordig. Het is ‘de tijd’, de druk van de maatschappij, social media en noem maar op. Om nu jong te zijn lijkt me loodzwaar. Bottom line is wel: we doen het onszelf allemaal aan. Alleen, we kunnen daaruit ontsnappen als we daarvoor kiezen.

Naar mijn mening is het fijnste wat een perfectionist ooit kan zeggen: ‘Ik kan het niet.’ Dat voelt als een zegen! Niet alleen voor de perfectionist zelf, die waarschijnlijk een enorme last van zich af voelt vallen. Maar ook voor de omgeving. Want zeg nou zelf; als de perfectionist in jouw omgeving, waar je altijd wel een beetje tegenop kijkt want zo goed krijg jij de dingen nooit voor elkaar, als die zegt ‘Ik kan het niet…’, dan daalt ze af naar jouw niveau. En wat krijg je dan? Gelijkwaardigheid, herkenning en het besef dat zij net als jij ook maar gewoon een mens is. Gelukkig.

Zelf heb ik ook in enige mate last van perfectionisme. Soms is het de omgeving die dingen verwacht, maar meestal ben ik het gewoon zelf die de lat zo hoog heeft gelegd. En nu hik ik dus tegen een behangklus aan. Niet zomaar een klusje, maar één op grote hoogte. Althans, voor mij, angsthaas die ik ben. Met gym was de dreiging van het wandrek een reden om me ziek te melden. Ooit op het Empire State Building gestaan en met de rug strak tegen de muur geweigerd me te verplaatsen. Dan maar geen uitzicht. Glazen liften? Niks voor mij. Eiffeltoren? Prachtig… van onderen. Reuzenrad van Londen? Ik offer mij wel op en maak de foto’s terwijl de familie achter het raampje staat te zwaaien. Vliegen? Een feestje voor iedereen om me heen die van leedvermaak houdt.

En nu dus behangen. ‘Natuurlijk kan ik dat’, zegt mijn perfectionistische ik. ‘Maar durf ik het wel?’ zegt mijn angstige ik. ‘Het moet lukken, want ik heb gezegd dat ik het ga doen’, zegt mijn dwangmatige ik. Althans, zo was het gisteren. Maar nu is dat voorbij. Mijn lief gaat de te kleine steiger ophogen, ergens een balk plaatsen voor de veiligheid zodat er in ieder geval iets achter mijn rug zit, en ik ga komende week behangen. Dat kan ik. En anders maar niet, heerlijk!

Friese Fauna (mei 2019)


Regelmatig heb ik met mijn lief een ‘agrarisch gesprek’. Voor de Friezen ben ik natuurlijk een stadse. Voor iemand uit Amsterdam ben ik een provinciaaltje, maar dat doet er verder niet toe, alles is relatief nietwaar. Feit is wel dat ik niets blijk te weten over het platteland, fauna en flora. 

Wekelijks leer ik bij over soorten grond, landbouwmaterieel, jongvee, ‘pinken’, waterstanden, uitrijden van mest, hoe futen met hun kroost omgaan, dat er ‘maaiboten’ bestaan, wanneer wel of niet bomen gekapt mogen worden of wanneer mag worden bemest en gemaaid. 
Het blijkt dus dat het voor een boer helemaal niet rendabel is om koeien ‘op een weiland’ te zetten. Hij heeft er meer aan het gras te maaien en als ‘kuil’ te gebruiken dan het vee te laten grazen. Een weiland produceert tenslotte minder als de koe het gras plat trapt en erop poept. Voor het predicaat Weidemelk hoeft een koe maar een paar uur per jaar het weiland in en ja, het moet wel betaalbaar blijven. Ah….nog nooit met die ogen naar een weiland gekeken.

Hier in Friesland is heel veel natuur. Geen herten en zwijnen zozeer, maar wel heel veel weidevogels, watervogels, dassen, reetjes en hobbydieren. Sinds een jaar hebben wij naast meerkoeten, ganzen en eenden ook kippen in onze tuin. Ze zijn niet van ons maar van de buren, en ook zij vinden het gras groener aan de andere kant. Met Pasen hadden we een ganzenest met zeven eieren en vorig jaar zelfs een slangennest. 
We zijn druk bezig om de tuin van het nieuwe huis te fatsoeneren. Het dreggen van de vijver hebben we gestaakt. Er ligt nog 20 cm blubber in maar gezien de dichtheid van salamanders, kikkers, padden en al hun nageslacht laten we dat paradijs verder maar met rust.

Wat ze in Friesland ook veel hebben zijn kleine dieren. Een greep uit de collectie; spinnen, muggen, vliegen, bijen, wespen, allerlei soorten torren, neuskevers, oorwurmen enzovoort. Ik vind dat soort beesten prima zolang ze hun plek maar kennen en buiten blijven. En zich bij voorkeur niet om mijn hoofd verzamelen tijden de avondwandeling. Helaas houden ze zich niet aan die afspraak en ik ben bang dat het iets is waar ik maar aan zal moeten wennen.

Dat doet me trouwens denken aan een incident van laatst. Mijn lief en ik liggen in bed verstrengeld en ik heb mijn ogen dicht. Dan voel ik een pluk haar dat over mijn arm naar beneden glijdt. Maar zo lang is mijn haar helemaal niet! Dus ik kijk…en zie nog net een zilvervis van wel VIER centimeter over de matras rennen. 'Gatverdegatverdegat!' roep ik uit, terwijl ik als een speer overeind schiet. Mijn lief heeft geen idee waar alle paniek om gaat maar komt toch in actie. Hij grijpt naar een handdoek, stort zich op het monster en een kussen en kledingstukken vliegen in het rond. De struggle eindigt met een slachtoffer in de hoek van de slaapkamer.

Zonder een grondige inspectie ga ik in ieder geval mijn bed nóóit meer in!

Dankbaarheid (mei 2019)


Het is vandaag moederdag en ik kijk terug op een enerverende avond. Een vriendin is 50 geworden en ze heeft groots uitgepakt. Een zeer verzorgd zoveel gangendiner, onder begeleiding van pianospel en dat alles in een villa wat op een landgoed niet zou misstaan. En dan komt ook de zon juist op tijd door om met haar in de tuin te proosten op haar gezondheid.

Ze wordt omringd door haar man en drie kinderen, familie, vrienden en vriendinnen en ik ben er ook één van. Vanuit verschillende kanten vallen de loftuitingen over haar heen. Vanuit mijn eigen vriendengroep, vanuit weer een ander, er klinkt een lied en ook haar man doet een flinke duit in het zakje. Hoe heerlijk is het als je gewaardeerd wordt, als je je geliefd voelt en als dat hardop gezegd wordt…ten overstaan van iedereen.

Nog niet zo lang geleden hadden ze ook hun 25e huwelijksjaar gevierd. Als ik zo rond kijk dan besef ik dat de meesten hier al minstens zolang samen zijn met hun partner. Vaak hebben ze elkaar in of net na hun studententijd ontmoet. En dan op een gegeven moment een gezin gesticht en nu nog steeds samen. Ik zie constructies om me heen, bouwwerken die stevig staan en waarop nieuwe levens, die van de kinderen, vorm gegeven worden. Zo heerlijk als dat kan.

Wat dat betreft voel ik me een vreemde eend in de bijt. Twee huwelijken achter de rug, één rampzalig en de ander goed maar mocht helaas niet duren. En dan nu weer in een prachtige relatie gelukkig. Toch is dat anders en ik hoop van harte dat mijn vriendinnen beseffen hoe dankbaar ze mogen zijn voor wat hen gegeven en gelukt is. Natuurlijk is het hard werken en komt het niet vanzelf. Maar hoe mooi is het als je op je 50e wordt toegesproken door je man en hij in tranen tegen je zegt hoe blij hij is dat je de moeder van zijn kinderen bent…

Moederdag.
Vanmorgen heeft mijn zoon me verrast door heel stilletjes het ontbijt voor ons te verzorgen. En van mijn dochter kreeg ik een hele lieve kaart en een fijn telefoontje. Later vandaag ga ik mijn derde kind bezoeken op Heiderust en hoop ik te zien hoe zijn rododendron voor de 18e keer bloeit.

Gastvrijheid...in de sauna (april 2019)


Met zuslief ga ik een heerlijke middag naar de sauna. Nou ja, dat is in ieder geval de bedoeling. Appie heeft een 'groupon' en deze gaan we bij de sauna in mijn oude dorp besteden.
Om voor de hand liggende redenen ben ik nog nooit in deze sauna geweest. Je zult er toch de buurman, slager of loodgieter tegenkomen... ik moet er niet aan denken. Ooit ben ik mijn huisarts in een sauna op de Veluwe tegen gekomen en dat voelde ergens wel rechtvaardig, zo van: nou jij eens een keer uit de kleren! Maar bij de loodgieter zit ik daar niet echt op te wachten.

Stipt op de gereserveerde tijd melden wij ons bij de balie. Een vriendelijke meneer, in ieder geval glimlacht hij, staat ons te woord. Appie stopt hem een berg papieren in handen; betalings bevestiging, reservering en wat al niet meer voor de zekerheid. Maar het is niet genoeg. Meneer deelt haar fijntjes mede dat hij de originele groupon-bon nodig heeft. Uitgeprint. Anders kan hij geen korting geven. 'Nee mevrouw, dan kan ik u niet toelaten.' Hij wappert ongeduldig met zijn hand en beveelt ons om plaats te maken voor de volgende gasten.
Wij druipen af richting een bankje in de hal en, zichzelf vervloekend, probeert mijn zus via haar mailaccount op mijn telefoon de bon erbij te zoeken. Geen bereik. Ik stap op de nog steeds glimlachende meneer af en vraag naar het wachtwoord van de wifi voor gasten, dat we duidelijk in beeld krijgen. 'Nee hoor, er is geen telefoon in de sauna toegestaan en van de wifi mogen gasten geen gebruik maken.'

Nu ben ik zelf druk met mijn B&B bezig en kijk heel graag hoe anderen het doen wat gastvrijheid en klantvriendelijkheid betreft. Maar dit slaat toch echt alles! Het is dat we zo'n goede zin hebben en we boven deze bejegening willen staan (een hele uitdaging inderdaad) maar je zou je toch omdraaien en nooit meer terugkomen? Hoe kan zo'n organisatie bestaan? Ongelooflijk.
Ik schuifel weer achteruit naar het bankje, me afvragend waarom er in godsnaam 'gasten sauna' bij de wifi staat, maar goed. Met veel gepruts lukt het ons toch om in het webmail-account van mijn zus te komen en gaat het zoeken naar de juiste e-mail beginnen.
Intussen is het elegante oudere echtpaar wat achter ons stond aan de beurt. Ze blijken een groupon te hebben en leggen omstandig allerlei papieren op de balie. 'Nee,' zegt meneer weer glimlachend tegen hen (maar wij weten wel beter), 'ik heb de originele groupon-bon uitgeprint nodig anders kan ik u niet toelaten.' 'Nou', zegt de vrouwelijke helft van het stel, 'dat is dan eens maar nooit weer met zo'n groupon!' En haar man gooit er een 'Klootz...!' achteraan. Ook zij gaan langszij om te speuren in hun telefoon naar het juiste mailtje. Gelukkig vinden ze het snel en mogen ze toch naar binnen. Hopelijk gaat het geplande relaxen hen nog lukken vandaag.

Appie en ik zijn intussen niet veel verder gekomen. Maar dan... daar is de mail! Nu een pdf draaien en tja, printen gaat het niet worden. We melden ons weer bij de balie om de mail te laten zien. Nu staat een dame ons te woord en ook zij trekt haar mond in de bekende glimlach. Ze vraagt of we de bon naar hun e-mailadres willen sturen. Natuurlijk, wat is het adres alstublieft? 'Dat staat hier', zegt ze en wijst een half adres op een papiertje aan. Ik zie 'sauna', ik zie de naam van het dorp en ik zie 'nl'. Maar geen @. 'Ik mis de @ in het adres', geef ik aan. Ze wijst nog eens naar de tekst maar ik kan er geen e-mailadres van maken. Nu stuiten we op de volgende drempel want deze dame is duidelijk een digibeet. 'Zal ik er maar [email protected] van maken', stel ik voor? Ze kijkt me glazig aan en wijst nog eens naar het halve e-mailadres. Ik doe het gewoon maar zoals ik bedacht heb en zowaar... mijn e-mail lijkt verzonden. 'Volgens mij is het gelukt', zeg ik verheugd, 'kunt u eens kijken?' 'Nou,' zegt ze, 'de computer staat in de kamer hierboven dus daar kan ik nu niet heen. Ik vind u straks wel in de sauna mocht ik de e-mail toch niet hebben en dan moet u alsnog de volledige kosten betalen.' En daar kunnen we het verder mee doen.
Deze mensen weten echt niet wat het betekent om een visitekaartje te zijn. Hoe kunnen zij dit werk doen, zo volledig ongeschikt als ze zijn? Vol van deze ongelooflijk ongastvrije ervaring spuien we onze grieven terwijl we de trap naar boven nemen. Maar we besluiten dat we onze dag niet laten verpesten. We maken er een heerlijke middag van en, toegegeven... de broodjes tijdens de lunch zijn de beste ooit! Wat dat betreft: waar voor je geld.

Als het tijd is om te vertrekken zoeken we weer een plekje in de kleedkamer. Er is een echtpaar bezig om zich juist voor hun saunabezoek uit te kleden en mevrouw zet haar schoenen op de kastjes aan de wand. Althans, dat probeert ze want met een klap valt één van haar schoenen achter de kast. Ze kijkt ons verschrikt aan. Haar man zal het wel even oplossen en probeert te redeneren hoe de schoen achter de kast vandaan kan komen. Ik geef hem de tip dat er waarschijnlijk een plint onder de kast vandaan geschroefd moet worden want in de kast is in ieder geval geen beweging te krijgen. 'Dat ga ik dan maar even beneden vragen,' zegt hij en beent weg. Appie en ik kijken elkaar veelbetekenend aan, pakken onze tassen en wensen het stel héél veel succes.

Multicultureel (maart 2019)


Op het bankje, dat tegen de zijgevel van café Vrijdag is geplakt, zit ik in de zon te genieten van mijn latte macchiato. Het is zondag en dankzij het mooie weer nogal druk in mijn wijk. Het Spijkerkwartier is een hele multiculturele buurt. Die cultuur lijkt vooral te worden bepaald door, laat ik maar zeggen, diverse nationaliteiten van rond de Middellandse Zee.


Vlak naast het bankje bevindt zich de straat en een stoplicht stuurt de eindeloze stroom auto’s aan die blijkbaar allemaal tegelijk door het groene licht willen, naar het opgefokte rijgedrag te oordelen. Veelal zijn de auto’s zwart, ramen getint en alsof dat niet donker genoeg is dragen de chauffeurs ook nog een zonnebril. Dat type dus.
Waar ze allemaal vandaan komen, vraagt de man op het bankje naast mij. Geen idee, maar als ik moet gokken dan denk ik dat het bij coffeeshop Uncle Sam spitsuur is. Om de haverklap moet de stoet stoppen want er kunnen gemiddeld drie auto’s tegelijk door groen.

Als het stoplicht weer op rood staat stopt voor mijn neus een zwarte auto maar nu één met de raampjes naar beneden. De zware dreun van een bas doet mijn bankje trillen. In de auto ontwaar ik een ietwat andere cultuur. Twee gasten op de achterbank, zwart geverfd haar, piercings zo’n beetje overal in het gezicht en tussen hen in een enorme hijgende vechthond met lichte ogen die ik alleen al om zijn lelijkheid bijzonder vind. Enge honden kijk ik niet aan, zeker niet als er maar twee meter tussen ons zit want je weet maar nooit, dus mijn blik glijdt naar de voorstoelen. Nog twee gasten met tunnels in de oren, van die gordijnringen waar ik de bedoeling niet zo van begrijp. Zonnebrillen, baarden en alles zwart.

Dan ineens zie ik dat de bijrijder een boek vasthoudt waarin hij aandachtig leest. In grote letters staat er op het omslag: ‘Het Culturele Woordenboek’. Pffff... over vooroordelen gesproken!


Tuinen in Duitsland en Nederland (maart 2019)


Mijn Duitse gasten komen niet tegelijk aan want zij komt met de trein uit Konstanz en hij komt met de auto uit Magdeburg. Nina is er het eerst, een hovenier werkzaam op het eiland Mainau. Dat ligt in de Bodensee en blijkt een oase van bloemen, planten en vlinders te zijn. Ik weet waar het is want bij de opleiding toerisme, die ik in een grijs verleden heb gevolgd, heb ik dit moeten leren naast alle stranden van de wereld die bij Nederlanders populair zijn ('kindvriendelijk want langzaam aflopend...')
Gek genoeg onthoud ik dat soort triviale zaken graag maar ik ben in ieder geval nog nooit in Mainau geweest. Even googlen op de laptop en ziedaar: een waar paradijs openbaart zich.
Met haar collega uit Magdeburg, waar ook een prachtige, tropische botanische tuin schijnt te zijn, komt ze helemaal naar Ede om bij kwekerij De Hessenhof planten te kopen.

De Hessenhof, die ken ik toch zeker wel? Ik heb geen idee moet ik bekennen. Blijkbaar is De Hessenhof beroemd in de wereld van de hoveniers vanwege hun unieke en kwalitatief hoogstaande aanbod planten. Maar liefst 6.000 soorten hebben zij in hun assortiment en als je planten van ze wilt, dan zal je ze moeten komen halen want ze worden niet verzonden. Kwestie van principe. Vol vuur praat mijn gast over haar vak en de liefde voor planten en we hebben het over tuinen in Duitsland en Engeland maar opvallend veel ook over tuinen in Nederland. 
Ik wist niet dat 'onze' tuinen zo populair en beroemd waren en hoe bijzonder is het dat een Duitse mij dat allemaal weet te vertellen. Als ik haar zeg dat het me heerlijk lijkt om zo met passie je hart te kunnen volgen, en dat kwijt te kunnen in je werk, komt toch even iets van het taalverschil om de hoek kijken. Ze kijkt wat verlegen naar haar handen en zegt dan dat het inderdaad heerlijk is... maar nog wel pril hoor want het is pas vier weken 'aan'. Schattig dit misverstand.

En dan komt de tweede hovenier. Even wat gedoe met de parkeermeter die geen munten blijkt te accepteren (hoe fijn is dat zo laat op de avond?) en ik op mijn pantoffels de regen in om assistentie te verlenen. Gelukkig lukt het uiteindelijk toch om via mijn bankpas een kaartje te trekken. Alles voor de gasten nietwaar?
Deze hovenier is van het type Arie uit Rozendaal. Insiders hoef ik niet veel uit te leggen waarschijnlijk maar laten we zeggen: ruwe bolster, blanke pit. Zijn werkkleding heeft hij nog aan, lompe schoenen vol aarde worden in de gang gezet, de handen nog zwart en waarschijnlijk ook niet schoner te krijgen. Zijn ogen twinkelen en verraden zijn ingehouden enthousiasme als hij haar begroet. Ik houd ze niet langer op en wens ze een fijne avond.

's Ochtends aan het ontbijt praten we nog wat. We hebben het over de lange thuisreis die hen nog wacht en hij vertelt over hoe speciaal hij het vindt om zomaar de voormalige grenzen te passeren zonder te stoppen. Natuurlijk, Magdeburg ligt in de voormalige DDR. Hij was 18 toen de muur viel en na even snel rekenen besef ik dat hij nu 47 moet zijn. Precies zo oud als ik toen het net 'aan' was met mijn Lieuwe. Mijn hart smelt. 

Wie ooit het genoegen krijgt om zo'n late verliefdheid mee te maken, zal de emotie uit duizenden herkennen!

B&B nu open! (maart 2019)


Het is zover: de B&B is geopend! Vorige week heb ik de accommodatie live op internet gezet en meteen in de eerste week alle drie de nachten verhuurd. 
Wat was dat spannend zeg. En leuk. En goed voor de lijn want hoe vaak ben ik niet de trappen op en af geweest...

Ik dacht eerst dat het niet zo'n vaart zou lopen met de boekingen. Nou, dat had ik dus mis. De eerste gasten hadden al geboekt nog voordat ik de kamer helemaal klaar had en ze wilden ook graag in de ochtend komen in plaats van de middag. Dus dat werd even haasten.  Nog een laatste lat verven, een paar plinten bevestigen, alles schoonmaken natuurlijk en de bedden lekker fris opmaken. Dan zorgen dat de ontbijtboel allemaal in huis is, de buitentrap, voordeur en hal gepoetst. Een generale repetitie van het ontbijt had ik al met Lieuwe en Julius gehouden en de verbeterpuntjes genoteerd. 

En dan is het ineens echt. Een moeder en dochter komen Arnhem bezoeken en willen vroeg inchecken om alles uit hun dag te kunnen halen. Helaas valt hun aankomst precies gelijk met de planning van KPN: er wordt glasvezel in de wijk aangelegd, de stoep voor mijn deur gaat open en je kan alleen nog met een smalle loopplank mijn voortuin bereiken. Hoe is het mogelijk! Het maakt de gasten gelukkig niet uit en aan het eind van de dag belooft KPN klaar te zijn met de enorme herrie van het aantrillen van de grond. Welkom in de stad zullen we maar zeggen, daar is het nooit stil maar je kunt ook overdrijven. 

Ik vraag de gasten subtiel waarom ze voor mijn B&B hebben gekozen en de dochter geeft aan dat deze kamer er op internet het leukste uitzag. (Yes, yes! denk ik bij mezelf.) Eenmaal boven is het één en al verrukking, vooral de dochter die het allemaal voor haar moeder heeft geregeld is weg van de kamer. Wat voelt dat goed zeg, ik glim van trots en ben heel blij dat ons harde werk niet voor niets is geweest.

De volgende ochtend breng ik hen het ontbijt. Val bijna van de trap vanwege het veel te zware dienblad wat ook nog mijn zicht belemmert waardoor ik niet kan zien waar ik mijn voeten neerzet. Maar goed, zonder schade kom ik boven en het stel kan heerlijk smikkelen van het ontbijt.
Tussen het vertrek van de ene gast en de aankomst van de volgende zit maar vier uur dus als een gek haal ik de bedden af, draai de was, maak de kamer schoon, poets de douche, haal nog extra handdoeken want er is meer gebruikt dan ik had verwacht en ik vul alles wat op is weer aan.

Dit keer twee Duitsers en ze hebben voor twee nachten geboekt.  Ik laat me van mijn meest klantvriendelijke kant zien, breng ze naar een gratis parkeerplaats met mijn auto, geef korting op het per ongeluk niet geboekte ontbijt. Weer boodschappen doen, nog extra broodjes en iets speciaals voor de zondag. Is er genoeg fruit? Toch nog wat bijhalen. Dit stel neemt het ontbijt in de eetkamer wat weer een andere uitdaging is. 
Het resultaat al met al; twee zeer tevreden gasten en mijn eerste review, in het Duits, op de site.

Zoals gebruikelijk in het B&B programma op tv ook een tip: 'Ein Fernseher wäre gut gewesen aber ist kein Muss'.
Prima, gaan we doen, de boel is al besteld, bij deze! 

Een rondje om (februari 2019)


Het is zondag en de vogeltjes tjilpen ons wakker. Dat is Nieuw! Hebben we lang niet gehoord. Eind februari, de zon schijnt en ik schuif tussen de lakens uit. Mijn sportschoenen staan in de hal, ik heb geen excuus. Als je je iets voorneemt dan moet je daar ook naar handelen. 


De deur valt achter me dicht en ik mag er pas weer in als ik mijn rondje rond het meer heb gehad. Het is even wennen, de sportschoenen lopen licht genoeg maar voel ik nou de naad van mijn sok rechts? Niet zeuren nu, geen excuses, doorlopen. Als ik de wijk uit ben en langs het meer loop, durf ik even iets van een draf in te zetten. Niet te gek doen nu, alles wat in me zit klotst mee en ik moet me verzetten tegen de gedachte dat sommige mensen hier gewoon niet voor gemaakt zijn. Wandelen kan iedereen, dat heb ik het afgelopen jaar constant uitgedragen als projectmedewerker van KWBN, maar hardlopen is toch echt andere koek. Ook wandelen kan je verkeerd doen, een verkeerde techniek toepassen waardoor je klachten krijgt. En blaren, daar heb ik zelf ook ervaring mee. Het zit hem dan niet in de afstand of de hitte maar net een randje sok, een schoen die niet goed aansluit, dat soort dingen. 

Als er een man met hond aankomt leg ik mezelf op niet te stoppen voordat hij zo goed als uit het zicht verdwenen is. Dat lukt aardig maar is ook wel de limiet. 
Mijn hart bonst en ik voel iets van een steek in mijn zij. Stoppen! roept mijn lijf, en ik luister. De rest van het rondje loop ik stevig door, net als die andere ouden van dagen die ik tegenkom.

Op de mat schop ik mijn schoenen uit en denk aan de mannen in strakke pakken die op nog geen kilometer afstand in Thialf het WK sprinten schaatsen.
En ik schaam me.

Inspiratie (februari 2019)


Op deze grijze dag gaan we inspiratie opdoen in het museum. Zeg niet dat de Friezen geen gevoel voor kunst hebben want het Belvedère Museum in Heerenveen bewijst het tegendeel. Ruud van Empel heeft er een solo-expositie die net is geopend en wij gaan kijken. Hij is een meester in het manipuleren van fotomateriaal, eigenlijk schildert hij daarmee. In heel veel lagen wordt een nieuwe werkelijkheid geschapen en het is een boeiend geheel. Telkens ontdekken we weer meer in zijn foto's, vooral insecten maar ook salamanders, een vlinder, van alles.
Kunst vind ik altijd inspirerend, maakt haast niet uit wat het is. Het kan een lijn zijn, een kleur, een concept of gewoon een sfeer.
De foto's van Ruud maken me vrolijk, de natuur die zo wordt uitvergroot komt echt binnen. En dat brengt me weer op ons huis.

Voor ons is het nieuwe huis al een kunstwerk, het moet alleen een beetje aandacht krijgen, wat beter uit de verf komen. We zijn gisteren begonnen met de eerste stap, namelijk het bestellen van het 'grote behang'. Dat behang ga ik (als ik durf) op 5,5 meter hoogte aanbrengen, helemaal tot op de grond met slechts een onderbreking van een horizontale balk en het móet wel spectaculair worden. Het behang is eigenlijk een foto van geoxideerd materiaal, komt helemaal uit Zweden, en we zijn heel benieuwd wat we over een week of twee in de post aantreffen.

Verder zijn we heel druk bezig met marktplaats. Onze bank gaat niet mee, past niet in de woonkamer. Eén stoeltje hebben we al via marktplaats aangeschaft, een variant van de Stokke peel-stoel en een leuke vingeroefening om te stofferen.

Ik heb er zin in.

Next stop: Friesland! (februari 2019)


Het is zover: eind juni moeten we ons huis in Heerenveen verlaten. Dus het werd hoog tijd om een nieuw adres te vinden. En dat kwam zomaar langs... in Joure.

Ik had het niet kunnen bedenken, deze plek heeft óns gevonden volgens mij. Lieuwe ging kijken, werd verliefd, ik kwam een paar dagen later, de vonk sloeg over en op 1 mei zijn we de eigenaren van een barrel. Nou moet je me niet verkeerd begrijpen: barrel als in 'ton', in het Engels dus.

Het is een ontwerp van een Schotse architect, en een huis met een heel verhaal. We hebben er vreselijk veel zin in maar voordat wij er als stel echt zullen wonen moet er nog heel wat gebeuren. Ik woon en leef nog steeds in Arnhem, part time weliswaar, en dat blijft nog wel even zo. Maar het kader van de toekomst is geschetst, de invulling, de kleuren... alles moet nog vorm krijgen en daar gaan waarschijnlijk jaren overheen. Maar dat geeft niet; we kijken uit naar elke stap van dit avontuur.

Omdat we voelen dat we op een kruispunt staan in ons leven, wat sowieso verre van saai is tot nu toe, bedacht ik me dat een blog wel leuk zou zijn. Voor iedereen die graag leest over het leven van een ander. Het is niet spectaculair, niet exotisch, maar wel kleurrijk en hopelijk ook herkenbaar.

Welkom op mijn blog!